De Pneu-mol is een hydraulisch aangedreven stuurbare boormachine, die overwegend gebruikt wordt voor het verleggen van huisaansluitingen voor kabels, gas-, water- en rioolleidingen. Afhankelijk van de bodemgesteldheid kunnen buizen tot 160 mm met een lengte van 30 meter geboord worden. Met een lengte van slechts 1,12 meter, een breedte van 47,5 c. en een hoogte van max. 73 cm is het mogelijk vanuit een smalle put of sleuf te starten.
De inzet vanuit een startput heeft als voordeel, dat de relatief lichte booreenheid ook bij gebruik van het volle duw- en trekvermogen, veilig in de sleuf gestut wordt en geen wrijving kan ontstaan aan de boorstangen door de insteekhoek. De startput kan in beide richtingen gebruikt worden. Bij het uittredepunt is een kleine ontvangstput nodig. Voor de aandrijving is slechts een klein hydrauliekstation nodig met een aandrijfvermogen van 13 kW. De Pneu-mol kan ook aangesloten worden op een mini-kraantje. Met een duwkracht van 60 kN en een trekkracht van 40 kN heeft de Pneu-mol voldoende capaciteit over. Een groot voordeel is ook dat de inzet van boorvloeistoffen optimaal mogelijk is. In principe wordt zonder boorvloeistof gewerkt. Slechts voor koeling van de boorkop en de zenders is een watertank van 200 liter met een daarvoor bestemde waterpomp aanwezig. De watertoevoer komt via een leiding naar het boorapparaat en wordt door middel van een handhefboom aan het bedieningspaneel geregeld, evenals de rotatiedruk en trekkracht.
Via het verstelbare bedieningspaneel worden ook de systeem- en waterdruk geregeld en door manometers gecontroleerd. De 60 cm range speciale boorstangen (bruikbare lengte 51 cm) worden aan de schuifslede met speciale snelverbindingen gehaakt en slechts eenmaal aan de voorkant hydraulisch aan elkaar geschroefd. Door een klemming, die zowel met de hand als met de voet in werking gesteld kan worden, wordt de boorstang vastgehouden. De machine kan door slechts 2 personen bediend worden en de bedieningsman staat tijdens de boorwerkzaamheden op een veiligheidsrooster. Zoals bij andere stuurbare boorsystemen wordt eerst een pilootboring met een doorsnede van 55 mm gemaakt. Om de voortbeweging te kunnen controleren en sturen, is in de boorlans een RD-minisonde met een meetdiepte van 3-4 meter ingebouwd. De besturing geschiedt zoals bij de traditionele boorapparaten door het afgeschuinde stuurvlak van de boorkop. Na de pilootboring wordt de boorlans door een verwijdingskop vervangen en de buis ingetrokken. De Pneu-mol valt op door zijn zeer eenvoudige en praktische gebruik.