
In tegenstelling tot een spoelboring of spuitboring waarbij de neerwaartse watertoevoer via de boorstangen (of spuitlans) verloopt en de bij de boring vrijkomende grond via de ruimte tussen de boorstangen (of spuitlans) en de boorwand (de zogenaamde annulaire ruimte) omhoog wordt getransporteerd, verloopt bij de zuigboring de wateraanvoer via de annulaire ruimte en komt de vrijkomende grond omhoog door de boorbuizen.
Bij een zuigboring wordt de opwaartse transport door de boorbuizen verzorgd door een pomp.
De grond wordt tijdens het boren losgemaakt met een beitel die aan de roterende boorbuizen is bevestigd. De met het water vrijkomende uitkomende grond wordt over een aantal bezinkbakken geleid en weer teruggebracht in het systeem. Direct voordat de grond met de boorspoeling in de bezinkbakken verdwijnt wordt een monster genomen waaruit onder andere de korrelgrootte van zandhoudende bodemlagen kan worden bepaald.
Een variatie van de zuigboring is de zogenaamde luchtlift (air-lift) boring. Hierbij wordt het opwaartse transport door de boorbuizen niet geregeld door een pomp maar door lucht te injecteren in de boorbuizen boven de beitel. De opwaartse stroming via de boorbuizen wordt in stand gehouden door de overdruk van een waterkolom in een mantelbuis die rond het boorpunt enkele meters de grond in wordt getrild. Gedurende het boorproces wordt de waterstand in de mantelbuis altijd voldoende hoog gehouden om te zorgen voor voldoende overdruk om het boorgat in stand te houden en de opwaartse stroming door de boorbuizen te faciliteren. Omdat bij de aanvang van de boring nog onvoldoende hoogte in de mantelbuis is voor voldoende overdruk wordt een luchtliftboring doorgaans gestart als zuigboring.
Om de boorwand in goede conditie te houden en waterverlies tijdens het boren tegen te gaan worden tijdens het boren soms chemische additieven aan het boorwater toegevoegd. Naast de additieven bevat het water ook opgeloste mineralen en fijne deeltjes (suspensie) uit de grond. Het samenstel van boorwater, additieven en opgeloste gronddelen wordt boorvloeistof of mud genoemd.
De Ruiter maakt gebruik van de luchtlift boormethode voor het maken van bronnen voor de warmte koude-opslagsystemen. Als de boring op diepte is gebracht worden veelal (geo) fysische boorgatmetingen gedaan om de kwaliteit van het boorgat te meten, de exacte diepte van de verschillende typen grondlagen en de juiste diepte voor de afstelling van filters te bepalen.